In gesprek met Caspar van Woensel

Geschreven door Fatima Jarmohamed & Nathan Oosthoek op 11-10-2017

Kunt u iets vertellen over de aanpak van het boek?

CSR for young business lawyers is een boek voor onze studenten International Business Law (IBL). In het voor deze studenten verplichte vak Corporate Social Responsibility (CSR) leren Alex Geert Castermans en ik hen over de context van zakendoen – de impact op de samenleving en het milieu. De studenten leren aan de hand van het boek over de verantwoordelijkheid die bedrijven zelf oppakken en gestalte geven in hun handelsketen. De IBL-jurist uit Leiden weet van de hoed en de rand en begrijpt de rol van het contract bij de inrichting van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat is een doorbraak.

Kunt u meer vertellen over CSR? Wat is de kerngedachte?
Iedereen in de maatschappij wordt geraakt door wat men in het bedrijfsleven doet – hetzij positief, hetzij negatief en de een meer dan de ander. Maar de impact van bedrijven is immens en achter CSR schuilt de gedachte dat bedrijven de social responsibility, de maatschappelijke verantwoordelijkheid, hebben om na te denken over de invloed die zij hebben. Als mensen last hebben van de uitstoot of lawaai van een fabriek, dan is het de gedachte dat dit bedrijf actief nagaat hoe hiermee wordt omgegaan in plaats van dat ze afwachten tot de overheid specifieke regels hieromtrent oplegt. In die zin speelt de overheid ook een kleinere rol, op het gebied van CSR stuurt de overheid liever aan door convenanten te initiëren in plaats van dat er ferm wordt opgetreden. Dit is niet omdat de overheid per definitie niet wil optreden, maar omdat bedrijven hun omgeving het beste kennen en ontwikkelingen van binnenuit het beste werken. Het reguleren door middel van wetgeving ligt trouwens ook gevoelig. Als de Nederlandse overheid besluit om allerlei extra regels op te leggen die andere overheden op hun beurt niet wensen op te leggen, dan wordt Nederland minder aantrekkelijk voor grote investeerders en multinationals. Ongeacht de goede bedoelingen die erachter schuilen, is wetgeving hier niet de beste oplossing. Er zijn wel gerichte uitzonderingen: zo is er op het vlak van kinderarbeid wel wetgeving. Maar de meeste maatschappelijke verantwoordelijkheden van bedrijven zijn niet in wettelijke regels gegoten: het zijn in principe juist géén juridische verantwoordelijkheden. Het is iets wat je víndt dat je moet doen, als bedrijf, voor de samenleving, maar óók omdat je er dan zelf wel bij vaart.

Hoe kijkt de Nederlandse overheid naar CSR?
Ik heb de indruk dat we allesbehalve achterlopen hierin. Als gezegd, geen enkele overheid staat te springen om eenzijdig allerlei wetgeving te introduceren. Maar minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hecht veel waarde aan CSR en promoot de ontwikkeling ook via sectorale afspraken. Ook de Europese Commissie roept het bedrijfsleven op CSR centraal te stellen: je bewust zijn van je footprint en je stakeholders meenemen in je handelsbeslissingen is in de ogen van de EC een basisvereiste. Nederland onderschrijft de prominente rol van bedrijven hierin. De autonomie van het bedrijfsleven wordt bij ons gerespecteerd, maar CSR is niet vrijblijvend. Als er niets gebeurt, kan er altijd nog iets anders. Dat zijn de twee gezichten van CSR. CSR heeft in de rest van de wereld trouwens nog wel weer andere gezichten. Het centraal bestuurde China bijvoorbeeld legt de bal minder bij de bedrijven zelf maar doet inmiddels wel heel veel om luchtverontreiniging door bedrijven tegen te gaan, als invulling van de klimaatafspraken.

Zijn er situaties te bedenken waarbij de overheid een grotere rol speelt?
Zeker. In de kledingbranche bijvoorbeeld heeft onze regering meer initiatief genomen. Naar aanleiding van de instorting in 2013 van de fabriek Rana Plaza in Bangladesh, heeft de Nederlandse overheid de grote spelers in Nederland om de tafel gebracht met als doel afspraken te maken over de veiligheid in de kledingfabrieken in Bangladesh. Wat aan het andere eind van je handelsketen gebeurt, is mede jouw verantwoordelijkheid. Dat was de les. Het is een hele moeilijke les, want hoe krijg je zicht op alles wat er in die fabrieken gebeurt? Moet je er vaker heen, en moet de prijs van een spijkerbroek dan niet omhoog? Loopt de klant dan naar de concurrent? Daarom was het zo belangrijk dat alle kledingbedrijven meededen. Het blijft voor een overheid om tal van reden lastig hard op te treden, maar zachte dwang kan ook werken. Bedrijven kunnen zelf het beste bedenken wat hun impact is op de maatschappij. Als bedrijven beseffen dat ze iets moeten doen aan de nadelige effecten van hun activiteiten en ook hierop gaan anticiperen, is dit een veel grotere winst dan dat ze zich houden aan opgelegde regels: ze hebben dan hun werkwijze veranderd.     

Wat zijn volgens u de grootste kansen en valkuilen voor bedrijven?
Als het erop aankomt is CSR een win-win voor bedrijven. CSR is maatwerk. Wie dat doorheeft, ziet dat een bedrijf in beginsel de rol mag oppakken die bij de bedrijfsactiviteiten past en een tijdpad mag stellen voor de gestelde doelen. De samenleving kijkt natuurlijk mee, via publieke rapportages en stakeholder-gesprekken. Als je luistert naar de mensen om je heen en rekening houdt met je stakeholders, kun je een beter product leveren en een betere dienst aanbieden. Ook investeerders kijken steeds kritischer naar de positie die bedrijven innemen. Zo letten pensioenfondsen bijvoorbeeld echt op welke bedrijven transparant zijn in hun handelen en hun zaken op orde hebben. Jaarcijfers worden onder de loep genomen, maar ook de sociale impact wordt besproken – wat doe je eraan, hoeveel, alles wordt meegenomen. Door de toenemende eisen die banken aan hun corporate clients stellen, moeten die harder werken aan het in kaart brengen van de risico’s. Vooral in kwetsbare sectoren als palmolie en energie maar ook de bouwsector, die veel kan winnen op veiligheid en duurzaamheid. Als het je lukt als bedrijf de omslag te maken kun je CSR ook echt in je voordeel laten uitpakken. Je trekt makkelijker investeringen aan, bent betrouwbaarder, hoeft minder schadevergoedingen uit te keren in rechtszaken. Bedrijven die het belang van CSR ‘voor de vorm’ onderschrijven en nalaten er naar echt naar te handelen, laten eigenlijk kansen liggen. Het kan makkelijk zijn om te stellen dat ‘het allemaal te vaag is’ of dat jouw bedrijf er geen aandeel in heeft, of dat de overheid maar de handschoen moet oppakken als er zo nodig iets verbeterd moet worden. Het nemen van de verantwoordelijkheid is niet gemakkelijk, maar uiteindelijk sta je er als bedrijf - en als samenleving - wel gezonder voor.  

In hoeverre kan het recht een rol spelen in het vormen van de wijze waarop bedrijven met CSR omgaan?
CSR is een beweging op verschillende fronten. De bestaande richtlijnen voor het bedrijfsleven vanuit de OESO en de VN zijn niet meer te ontkennen, je moet weten wat de verwachtingen binnen jouw branche zijn. Aan de andere kant wil je als groot bedrijf wel de baas blijven van de keuzes die worden gemaakt. Het draait er bij CSR om dat bedrijven een beter geïnformeerde beslissing nemen, waarbij niet alleen wordt gekeken naar de aandeelhoudersbelangen. Als je dat proces serieus neemt, zit je in de regel goed. Uiteraard kunnen stakeholders die hun belang geschonden zien naar de burgerlijke rechter stappen en zij kunnen daar gehoor vinden. Dat kan genoeg zijn om grote bedrijven tot verandering te bewegen en zo bij te dragen aan de ontwikkelingen. Prima als men bij concrete schade naar de rechter stapt, daar is het recht voor. Men moet er echter geen gewoonte van maken om de rechterlijke macht in te schakelen om een bepaalde houding van bedrijven af te dwingen. Het zou op den duur hetzelfde effect krijgen als het opleggen van bindende regelgeving omtrent CSR. Bedrijven zouden op gegeven moment stoppen met zelf actief nadenken over de wijze waarop zij zelf op de meest effectieve wijze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en hun energie ‘slechts’ steken in het conformeren aan de opgelegde eisen. Bedrijven kennen zichzelf het beste en de beste oplossingen komen van henzelf. Daarbij speelt het onder andere een rol in welke sector een bedrijf zit, hoe groot het bedrijf is, in welke landen het bedrijf actief is en dergelijke. Overigens is er een alternatief voor een gang naar de rechter, voor mensen en belangengroepen die geraakt worden door het handelen van een internationale onderneming: de National Contact Points, een reeks boeien op de zee van de vrijhandel. Onder regie van de OESO en nationale overheden kun je daar je zaak eenvoudig en goedkoop aankaarten en een passende remedie vragen. Er komt dan geen rechterlijk vonnis aan te pas. Recht is ook gehoord worden, en verder kunnen.

En in hoeverre kan de jurist een rol spelen in het vormen van de wijze waarop bedrijven met CSR omgaan?
Ik denk dat die rol onderschat is, en nog veel groter gaat worden. Voor advocaten is het niet altijd even prettig ‘je handen te branden’ aan CSR, omdat je dan aan de grote bedrijven, die jouw cliënten zijn, moet vragen of zij de inspanningen leveren die van hen maatschappelijk gezien worden verwacht. Bedrijfsjuristen hebben niet de onafhankelijkheid van de advocaat, maar kunnen de gewetensvraag naar hun (mede)directeuren evengoed stellen. Er zijn genoeg juristen die er wel echt iets mee willen, maar die het gevoel hebben tegen de bierkaai te moeten vechten. In het werkveld wordt de uitnodiging voor nieuwe juristen om aan de slag te gaan met CSR dan ook als een welkome verandering gezien. In het vak CSR komen veel gasten uit het bedrijfsleven langs, juristen en business managers die laten zien dat CSR nodig is en welke krachten er spelen. Het is een goed teken dat universiteiten een grotere rol toebedelen aan CSR. De moderne jurist kan bij uitstek de risico’s in kaart brengen en aangeven welke maatschappelijke verantwoordelijkheden bedrijven hebben. En aan welke punten ze aandacht moeten geven met het oog op de toekomst en veranderende omstandigheden – daar liggen immers de kansen en risico’s. Maar daarvoor moet je als jurist wel goed weten waar je op moet letten. CSR behoort om die reden tot het basispakket van de IBL-er in Leiden. Hopelijk gaan we er ook in de masterfase mee aan de slag. Ik geef ook het vak Legal profession & ethics in een advanced master programma. Daar gaat het over dilemma’s die in je in je werk als advocaat tegen kunt komen, bijvoorbeeld of je een corporate client herinnert aan zijn eigen CSR-beleid als hij er een potje van maakt. Die ruimte blijkt internationaal heel verschillend en ook dat leert je veel over een faciliterend beroep als dat van de jurist.  

Van bedrijven wordt tegenwoordig heel veel verwacht. Waarom juist nu?
Pakweg een halve eeuw geleden was de grootschalige productie van auto’s, kleding en keukenapparatuur et cetera in volle gang en kregen de lange handelsketens van nu hun vorm. De multinationals van nu waren vaak toen ook al van een forse omvang en, geholpen door goedkope grondstoffen en arbeid en transportmogelijkheden, hebben we allemaal de vruchten geplukt van het rijke aanbod. De consument had meer producten dan ooit, alles leek gemakkelijker en goedkoper. Het leven zag er zonnig uit. De prijs die we hiervoor betaalden, wordt nu duidelijk. De plasticsoep in de oceaan, de luchtvervuiling, problemen met schoon drinkwater, het liegt er niet om. De natuur heeft het zwaar. Mensen in verre landen werken te lang voor te weinig loon om onze T-shirts te maken. We hebben onze problemen verplaatst, maar nu halen ze ons toch in. We zien nu dat we te ver zijn doorgeschoten. We voelen dat er een te grote nadruk op de markteconomie is komen te liggen. Ik denk dat men een behoefte en noodzaak voelt om dit te repareren. De markteconomie gaat niet overboord, maar het moet wel bestendiger, duurzamer, schoner, verstandiger, het moet anders. Dat besef dringt door op verschillende niveaus, ook op individueel niveau – jij en ik. Ook wij zijn opgevoed met een economisch principe voor ogen. Met de nadruk op het individu, op eigen prestaties, eigen bezit. Daar moet iets anders naast staan. CSR vraagt een ander uitgangspunt – oog voor je medemens, onze nalatenschap, onze footprint.  

Welke rol speelt de consument in de verandering van de mindset?
De consument heeft wensen en invloed, die hij kan laten gelden met z’n portemonnee, en hij bereikt zijn omgeving snel en eenvoudig op social media. Maar stel ook eens wat vaker een vraag. Als je in de H&M vaker vraagt of dat shirtje dat je zou willen kopen vrij van kinderarbeid is, wordt die toenemende vraag naar kinderarbeidvrije kleding heus wel opgepikt. Ook kan de consument in verenigd verband praten met bedrijven, keuzes maken en zelfs tot een boycot overgaan. Zo werden in 2012 de champignons bij de Albert Heijn geboycot omdat deze werden geteeld door Poolse arbeiders, die onder erbarmelijke omstandigheden hun werk moesten verrichten. Een vergelijkbare boycot van de plofkip in de supermarkten heeft ook zekere resultaten geboekt. Hoe meer de consument weet, hoe meer hij kan en misschien zelfs moet. Maar het is niet alleen de consument, om een verandering te maken moeten wij als samenleving een omslag maken in ons denken. Het gaat om ons collectief geweten.  

Hoe denkt u over deze ommezwaai?
Hard nodig, en mooi om de tendens op allerlei vlakken te zien. Ik las bijvoorbeeld over een soort woongroep die ecologische huizen bouwt op professionele basis, waar niks hippie-achtigs aan is, gewoon voor moderne milieu-minded mensen. Mensen nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid steeds serieuzer en bedrijven zien deze trend ook en willen hieraan meedoen. Dus het is niet iets waar alleen bedrijven zelf iets mee moeten, je voelt ook in de samenleving dat er een tegendruk is. Het kan niet alleen maar om geld gaan, en om financieel gewin en om het beste voor jezelf. Een boek dat ik in dit verband kan aanraden is What Money Can’t Buy, van Michael J. Sandel. Deze Harvard-professor is bekend van zijn online collegereeksen en trekt een groot publiek. Hij schrijft over het grensgebied van markt en moraal. Een samenleving die te veel gericht is op het verdienen van geld is niet houdbaar. Er zijn andere kanten die we moeten herontdekken. Ik vond het een erg toegankelijk boek dat veel voorbeelden geeft bij het ontdekken van die andere manier van kijken. De economie wordt geherdefinieerd als middel in plaats van doel op zich, zoals het eigenlijk ook bedoeld is. We zijn bezig met een correctie die past bij de problemen waar we voor staan en de wensen van nu. Bij CSR gaat het ook echt om een andere manier van kijken en ik denk ook zeker dat er in de komende tijd meer aandacht voor CSR zal komen in andere rechtsgebieden. Hoewel de vorderingen langzaam gaan, zijn we wat dat betreft als maatschappij goed op weg.


Verschenen in het oktobernummer van de NOVUM in 2017.

Terug naar nieuwsoverzicht


Meer artikelen uit In gesprek met