In gesprek met Frederic (‘‘Fred’’) Borch, voormalig hoofdaanklager op Guantánamo Bay.
Nederlands is
zelden een geheime taal in het buitenland. Op de meest onverwachte plekken ter
wereld kun je iemand tegenkomen die de taal blijkt te beheersen. Het overkwam
mij laatst op de rechtenfaculteit van de Universiteit van Virginia, waar ik
momenteel als enige Nederlander een masteropleiding Amerikaans recht volg. Op
een bescheiden Fulbright-bijeenkomst[1]
in Charlottesville, Virginia, ontmoette ik Fred Borch. Hij bleek goed Nederlands
te spreken en nodigde mij uit voor een rondleiding door de Judge Advocate
General (‘JAG’) School, een militaire juridische academie waar hij momenteel als
historicus werkzaam is. Aan het einde van de rondleiding vertelde hij mij, bijna
tussen neus en lippen door, dat hij de eerste hoofdaanklager op Guantánamo Bay
was.
De
controversiële gevangenis in Cuba is onlangs weer in opspraak geraakt, toen
Obama op 26 februari jongstleden een plan bekendmaakte om Guantánamo voor eens
en altijd te sluiten.[2]
Naar aanleiding van deze gebeurtenis ging ik met Fred Borch in gesprek. Ter
sprake komen onder andere zijn Nederlandse achtergrond, zijn verblijf in Leiden
en uiteraard zijn werkzaamheden als hoofdaanklager op Guantánamo Bay.
U bent Amerikaans, maar spreekt bijna vloeiend Nederlands.
Hoe zit dat precies?
Mijn vader werkte voor
een Amerikaans staalbedrijf. In 1966, toen ik 11 jaar oud was, ging hij voor de
vestiging in Amsterdam werken. Gedurende deze tijd volgde ik een hbs-opleiding
aan het Montessori Lyceum. Toen ik in 1969 terugkeerde naar Amerika kon ik vrij
goed Nederlands spreken. Later heb ik mijn Nederlandse taalvaardigheid weer
opgepakt, toen ik in 1979 een juridische masteropleiding aan de Vrije Universiteit
Brussel volgde en toen ik in 2012 een semester doceerde aan de Universiteit
Leiden op de campus van Den Haag.
Momenteel bent u werkzaam aan de militaire
academie (de ‘JAG’ school) in Charlottesville, Virginia. Vanwaar de interesse
voor het militaire recht?
Aan het begin van mijn
studententijd wilde ik graag college volgen aan een private universiteit.
Zoiets is in de Verenigde Staten natuurlijk verschrikkelijk duur, en ik had
niet voldoende middelen om het collegegeld te betalen. Het leger bood uitkomst.
Voor een vierjarige dienst kreeg ik een vierjarige beurs aangeboden. Na mijn
studie en daaropvolgende rechtenopleiding ben ik teruggekeerd naar het leger om
aldaar als jurist werkzaam te zijn. Ik kon in principe al na vier jaar
vertrekken, maar het leger beviel me dermate goed dat ik er uiteindelijk 25
jaar werkzaam ben geweest.
In 2004 bent u door de Minister van Defensie
gevraagd om de eerste processen op Guantánamo Bay op te starten en te leiden. Hoe
werd u geselecteerd voor deze functie?
Er waren acht kandidaten;
het leger, de marine, de ‘zeemacht’ (Navy) en de luchtmacht
brachten ieder twee kandidaten naar voren. Ik moest solliciteren bij het hoofd
van de juridische afdeling van het Pentagon. Ze zochten naar iemand die veel
ervaring had op het gebied van het straf(proces)recht. Dergelijke ervaring had
ik wel – zo had ik ongeveer 200 zaken
geleid als openbaar aanklager en 100 zaken als strafrechtadvocaat. Bovendien
was een doorgrondelijke kennis van het oorlogsrecht onontbeerlijk. Ten tijde
van mijn sollicitatie was ik drie jaar werkzaam geweest als professor
Internationaal recht aan de Naval War College in de
staat Rhode Island, dus ik beschikte al geruime tijd over de vereiste kennis.
Waarom bevindt de gevangenis zich op Cubaans en
niet op Amerikaans grondgebied?
Veiligheid was een
belangrijke factor bij het kiezen van de locatie, want de angst was groot dat
de terroristen de basis zouden aanvallen teneinde de gevangen te kunnen
bevrijden. De gevangenis bevindt zich in een erg geïsoleerde omgeving in Cuba
en kan alleen via de zee worden benaderd. Bovendien bevond zich daar al een
Amerikaanse marinebasis. Een
andere belangrijke reden
om de gevangenis in Guantánamo te plaatsen, was om te voorkomen dat de gevangen
een beroep zouden doen op het constitutionele ‘habeas corpus’-recht. Dit
rechtsbeginsel, dat kan worden vertaald als ‘u zult het lichaam moeten hebben’,
is dé juridische basis om een detentie aan te vechten indien wordt gemeend dat
deze detentie onrechtmatig is.[3]
Een beroep op de Amerikaanse constitutie is voor niet-Amerikanen alleen mogelijk
vanaf Amerikaans grondgebied. Aangezien Guantánamo zich niet op Amerikaanse
grondgebied bevindt, kon de Amerikaanse overheid eenvoudig potentiële constitutionele
claims van de gevangen ontlopen. Dit veranderde echter na een uitspraak van het
Amerikaanse Hooggerechtshof in 2004 inzake Rasul v. Bush,[4]
waarin werd overwogen dat de gevangenen hun detentie wel mochten aanvechten
middels voor een onpartijdig tribunaal.
U werkte niet voor een tribunaal waar de
gevangenen hun detentie konden aanvechten, maar voor een tribunaal waar de
gevangenen werden vervolgd voor het plegen van oorlogsmisdaden. Kunt u wat meer
vertellen over uw werkzaamheden?
Toen ik begon aan de
eerste zaken, zaten er 779 gevangenen al meer dan een jaar vast. Ik kon alleen
de gevangenen vervolgen die al het ‘informatieproces’ volledig hadden doorlopen,
waarin ze al hun kennis (omtrent bijvoorbeeld al-Qaeda) hadden verstrekt die
van belang kon zijn in de strijd tegen het terrorisme. De Amerikaanse overheid wilde dat de eerste
processen binnen korte tijd het ware gezicht van het terrorisme zouden laten
zien. Op die manier kon aan de wereld getoond worden dat er
daadwerkelijk een legitieme reden bestond om de gevangenen in Guantánamo vast
te houden. Dat was het aanvankelijke doel van de eerste processen, en de eerste
zes zaken die ik had geselecteerd, leenden zich goed voor dit doel. In de zaken
was veel overtuigend bewijs (waaronder bekentenissen) aanwezig waarmee kon
worden aangetoond dat er een duidelijk verband was tussen de gevangenen en de terreuractiviteiten van al-Qaeda. Zo
waren ze allemaal op een militair trainingskamp van al-Qaeda geweest. Een van de verdachten,
Salim Ahmed Hamdan, was
verder de chauffeur en bodyguard
van Osama Bin Laden. Hij verklaarde dat hij een bommenmantel om had die
hij zou ontketenen wanneer Bin Laden in gevaar was. Een andere verdachte, Hamza
al-Bahlul maakte promotievideo’s voor een trainingskamp van al-Qaeda. Verder
spraken drie van de zes verdachten vloeiend Engels, waardoor ik voortvarend te
werk kon gaan.
Wat is er uiteindelijk gebeurd met de zes gevangenen
die waren onderworpen aan de processen die u leidde?
Vier van de zes gevangenen
zijn inmiddels vrijgelaten. Twee van de gevangenen waren Brits en zodoende
wilde de overheid van Groot-Brittannië het proces overnemen. Zij werden in 2005
door de Britse overheid vrijgelaten. Hamdan, de persoonlijke chauffeur van Bin
Laden, werd veroordeeld tot vijf en een half jaar cel, waarvan hij vijf jaar in
Guantánamo heeft doorgebracht. Hij is daarna overgebracht naar Jemen, zijn
thuisland. Daar leeft hij nu met zijn vrouw en kinderen.
Guantánamo Bay is natuurlijk ontzettend controversieel,
niet in de laatste plaats vanwege de wrede martelpraktijken die daar hebben
plaatsgevonden. Was u zich op enige wijze bewust van deze praktijken? En zo ja,
had u geen morele bezwaren bij de uitvoering van uw werk?
Ik heb uiteindelijk een
jaar aan de zaken van Guantánamo Bay gewerkt. In 2004 beschikte ik over geen
enkel bewijs dat kon aantonen dat de zes gevangenen werden gemarteld zoals
gedefinieerd in het VN-verdrag tegen martelen en andere wrede, onmenselijke of
onterende behandeling of bestraffing. Desalniettemin had ik wel een zeker
vermoeden dat het ondervragingsproces niet helemaal zuiver verliep en was ik op
mijn hoede voor potentiële claims omtrent marteling of onjuiste behandeling.
Uiteindelijk heeft geen van de zes gevangenen ooit een dergelijke claim naar
voren gebracht.
Obama heeft onlangs een plan gepresenteerd dat de
sluiting van Guantánamo Bay mogelijk moet maken. Hoe realistisch is dit plan?
Het plan om Guantánamo Bay
te sluiten is niet nieuw; het bestond al onder de regering van Bush. En hoe je
het ook wendt of keert; Guantánamo is wereldwijd het symbool geworden voor een
ondeugdelijk strafrechtssysteem. Weinig mensen zullen dat ontkennen. Het kwaad bevindt zich echter
in de details. Zelfs al
zou iedereen het eens zijn dat Guantánamo Bay moet sluiten, wat is dan de
volgende stap? Waar moeten de 93 gevangenen in vredesnaam naartoe? Je
moet je voorstellen dat er nog steeds erg gevaarlijke personen vast zitten,
zoals Khalid Sheik Mohammed, die beweert dat hij het meesterbrein achter 9/11
is. Dergelijke personen komen nooit meer vrij, in welke gevangenis zij zich ook
bevinden. Opnieuw, waar moeten deze personen naartoe? In welke staat? In de
buurt van welke grote stad? Een grote angst is dat er aanslagen worden gepleegd
op het gebied waar de nieuwe gevangenen zich zullen bevinden. De lokale
bevolking zit dus niet op de komst van de gevangenen te wachten. Bovendien gaat
het vervoer en toezicht op de gevangenen veel geld kosten, en de wetgevende
macht wil momenteel geen enkele belastingcent spenderen aan het vervoer van de
gevangenen naar de VS. Kortom, het is makkelijk om te zeggen dat Guantánamo Bay moet sluiten, maar het
is bijzonder moeilijk om de problemen op te lossen die ontstaan als gevolg van die sluiting. In dit licht betwijfel ik of het Obama nog gaat
lukken om zijn plan vóór het einde van zijn termijn te verwezenlijken.
Na een jaar heeft u zich uiteindelijk
teruggetrokken als hoofdaanklager. Waarom?
De processen tegen de zes
gevangenen deed ik natuurlijk niet alleen; ik werkte in een groot teamverband. Ik
vond dat de processen goed en eerlijk verliepen, maar ik kon niet alle juristen
in mijn team daarvan overtuigen. Twee van de assistent-aanklagers claimden
vervolgens dat ik de processen onnodig verstoorde. Ondanks de officiële
verwerping van alle tegen mij geëiste wanpraktijken, vroeg mijn meerdere om me
terug te trekken en om een nieuwe hoofdaanklager aan te stellen. Dat heb ik
toen gedaan.
Jaren na uw werk op Guantánamo Bay bent u als
Fulbright-bursaal een semester naar Leiden geweest om daar te doceren. Kunt u
wat meer vertellen over uw tijd in Nederland als academicus?
Ik werkte voor de Center for Terrorism and Counterterrorism, waar ik het vak
‘Terrorisme, het Amerikaanse perspectief’ doceerde. Aan de Universiteit van
Amsterdam gaf ik een lezing over mijn ervaringen als hoofdaanklager en over
hetzelfde onderwerp had ik een interview op Radio 1. Ik was een verbonden aan
het Fulbright Institute, waardoor ik op vele lezingen werd uitgenodigd. Op deze
manier was ik in staat om de Nederlandse cultuur beter te begrijpen en mijn
Amerikaans gedachtegoed uit te wisselen met de Nederlandse academici.
Ik was met name onder de indruk van de mondiale blik die
de Leidse studenten plegen te hebben. Amerikaanse studenten doen in vele opzichten niet onder aan de Leidse
studenten, maar het ontbreekt de Amerikanen vaak aan cultureel bewustzijn en
een algeheel begrijp over hoe de wereld in elkaar zit. Daar kan nog veel
progressie worden gemaakt.
Wat wilt u de Leidse studenten meegeven?
Ik geloof in de Rule of Three,
dus ik geef de Leidse studenten niet één, maar drie levensadviezen mee: