In gesprek met Frederic Borch

Geschreven door Raphaël Donkersloot op 07-04-2016

In gesprek met Frederic (‘‘Fred’’) Borch, voormalig hoofdaanklager op Guantánamo Bay.

Nederlands is zelden een geheime taal in het buitenland. Op de meest onverwachte plekken ter wereld kun je iemand tegenkomen die de taal blijkt te beheersen. Het overkwam mij laatst op de rechtenfaculteit van de Universiteit van Virginia, waar ik momenteel als enige Nederlander een masteropleiding Amerikaans recht volg. Op een bescheiden Fulbright-bijeenkomst[1] in Charlottesville, Virginia, ontmoette ik Fred Borch. Hij bleek goed Nederlands te spreken en nodigde mij uit voor een rondleiding door de Judge Advocate General (‘JAG’) School, een militaire juridische academie waar hij momenteel als historicus werkzaam is. Aan het einde van de rondleiding vertelde hij mij, bijna tussen neus en lippen door, dat hij de eerste hoofdaanklager op Guantánamo Bay was. De controversiële gevangenis in Cuba is onlangs weer in opspraak geraakt, toen Obama op 26 februari jongstleden een plan bekendmaakte om Guantánamo voor eens en altijd te sluiten.[2] Naar aanleiding van deze gebeurtenis ging ik met Fred Borch in gesprek. Ter sprake komen onder andere zijn Nederlandse achtergrond, zijn verblijf in Leiden en uiteraard zijn werkzaamheden als hoofdaanklager op Guantánamo Bay.


U bent Amerikaans, maar spreekt bijna vloeiend Nederlands. Hoe zit dat precies?

Mijn vader werkte voor een Amerikaans staalbedrijf. In 1966, toen ik 11 jaar oud was, ging hij voor de vestiging in Amsterdam werken. Gedurende deze tijd volgde ik een hbs-opleiding aan het Montessori Lyceum. Toen ik in 1969 terugkeerde naar Amerika kon ik vrij goed Nederlands spreken. Later heb ik mijn Nederlandse taalvaardigheid weer opgepakt, toen ik in 1979 een juridische masteropleiding aan de Vrije Universiteit Brussel volgde en toen ik in 2012 een semester doceerde aan de Universiteit Leiden op de campus van Den Haag.

Momenteel bent u werkzaam aan de militaire academie (de ‘JAG’ school) in Charlottesville, Virginia. Vanwaar de interesse voor het militaire recht? 
Aan het begin van mijn studententijd wilde ik graag college volgen aan een private universiteit. Zoiets is in de Verenigde Staten natuurlijk verschrikkelijk duur, en ik had niet voldoende middelen om het collegegeld te betalen. Het leger bood uitkomst. Voor een vierjarige dienst kreeg ik een vierjarige beurs aangeboden. Na mijn studie en daaropvolgende rechtenopleiding ben ik teruggekeerd naar het leger om aldaar als jurist werkzaam te zijn. Ik kon in principe al na vier jaar vertrekken, maar het leger beviel me dermate goed dat ik er uiteindelijk 25 jaar werkzaam ben geweest.  

In 2004 bent u door de Minister van Defensie gevraagd om de eerste processen op Guantánamo Bay op te starten en te leiden. Hoe werd u geselecteerd voor deze functie?
Er waren acht kandidaten; het leger, de marine, de ‘zeemacht’ (Navy) en de luchtmacht brachten ieder twee kandidaten naar voren. Ik moest solliciteren bij het hoofd van de juridische afdeling van het Pentagon. Ze zochten naar iemand die veel ervaring had op het gebied van het straf(proces)recht. Dergelijke ervaring had ik wel –  zo had ik ongeveer 200 zaken geleid als openbaar aanklager en 100 zaken als strafrechtadvocaat. Bovendien was een doorgrondelijke kennis van het oorlogsrecht onontbeerlijk. Ten tijde van mijn sollicitatie was ik drie jaar werkzaam geweest als professor Internationaal recht aan de Naval War College in de staat Rhode Island, dus ik beschikte al geruime tijd over de vereiste kennis.

Waarom bevindt de gevangenis zich op Cubaans en niet op Amerikaans grondgebied?
Veiligheid was een belangrijke factor bij het kiezen van de locatie, want de angst was groot dat de terroristen de basis zouden aanvallen teneinde de gevangen te kunnen bevrijden. De gevangenis bevindt zich in een erg geïsoleerde omgeving in Cuba en kan alleen via de zee worden benaderd. Bovendien bevond zich daar al een Amerikaanse marinebasis. Een andere belangrijke reden om de gevangenis in Guantánamo te plaatsen, was om te voorkomen dat de gevangen een beroep zouden doen op het constitutionele ‘habeas corpus’-recht. Dit rechtsbeginsel, dat kan worden vertaald als ‘u zult het lichaam moeten hebben’, is dé juridische basis om een detentie aan te vechten indien wordt gemeend dat deze detentie onrechtmatig is.[3] Een beroep op de Amerikaanse constitutie is voor niet-Amerikanen alleen mogelijk vanaf Amerikaans grondgebied. Aangezien Guantánamo zich niet op Amerikaanse grondgebied bevindt, kon de Amerikaanse overheid eenvoudig potentiële constitutionele claims van de gevangen ontlopen. Dit veranderde echter na een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in 2004 inzake Rasul v. Bush,[4] waarin werd overwogen dat de gevangenen hun detentie wel mochten aanvechten middels voor een onpartijdig tribunaal.

U werkte niet voor een tribunaal waar de gevangenen hun detentie konden aanvechten, maar voor een tribunaal waar de gevangenen werden vervolgd voor het plegen van oorlogsmisdaden. Kunt u wat meer vertellen over uw werkzaamheden?
Toen ik begon aan de eerste zaken, zaten er 779 gevangenen al meer dan een jaar vast. Ik kon alleen de gevangenen vervolgen die al het ‘informatieproces’ volledig hadden doorlopen, waarin ze al hun kennis (omtrent bijvoorbeeld al-Qaeda) hadden verstrekt die van belang kon zijn in de strijd tegen het terrorisme. De Amerikaanse overheid wilde dat de eerste processen binnen korte tijd het ware gezicht van het terrorisme zouden laten zien. Op die manier kon aan de wereld getoond worden dat er daadwerkelijk een legitieme reden bestond om de gevangenen in Guantánamo vast te houden. Dat was het aanvankelijke doel van de eerste processen, en de eerste zes zaken die ik had geselecteerd, leenden zich goed voor dit doel. In de zaken was veel overtuigend bewijs (waaronder bekentenissen) aanwezig waarmee kon worden aangetoond dat er een duidelijk verband was tussen de gevangenen  en de terreuractiviteiten van al-Qaeda. Zo waren ze allemaal op een militair trainingskamp van al-Qaeda geweest. Een van de verdachten, Salim Ahmed Hamdan, was verder de chauffeur en bodyguard van Osama Bin Laden. Hij verklaarde dat hij een bommenmantel om had die hij zou ontketenen wanneer Bin Laden in gevaar was. Een andere verdachte, Hamza al-Bahlul maakte promotievideo’s voor een trainingskamp van al-Qaeda. Verder spraken drie van de zes verdachten vloeiend Engels, waardoor ik voortvarend te werk kon gaan.

Wat is er uiteindelijk gebeurd met de zes gevangenen die waren onderworpen aan de processen die u leidde?
Vier van de zes gevangenen zijn inmiddels vrijgelaten. Twee van de gevangenen waren Brits en zodoende wilde de overheid van Groot-Brittannië het proces overnemen. Zij werden in 2005 door de Britse overheid vrijgelaten. Hamdan, de persoonlijke chauffeur van Bin Laden, werd veroordeeld tot vijf en een half jaar cel, waarvan hij vijf jaar in Guantánamo heeft doorgebracht. Hij is daarna overgebracht naar Jemen, zijn thuisland. Daar leeft hij nu met zijn vrouw en kinderen.

Guantánamo Bay is natuurlijk ontzettend controversieel, niet in de laatste plaats vanwege de wrede martelpraktijken die daar hebben plaatsgevonden. Was u zich op enige wijze bewust van deze praktijken? En zo ja, had u geen morele bezwaren bij de uitvoering van uw werk?

Ik heb uiteindelijk een jaar aan de zaken van Guantánamo Bay gewerkt. In 2004 beschikte ik over geen enkel bewijs dat kon aantonen dat de zes gevangenen werden gemarteld zoals gedefinieerd in het VN-verdrag tegen martelen en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Desalniettemin had ik wel een zeker vermoeden dat het ondervragingsproces niet helemaal zuiver verliep en was ik op mijn hoede voor potentiële claims omtrent marteling of onjuiste behandeling. Uiteindelijk heeft geen van de zes gevangenen ooit een dergelijke claim naar voren gebracht.

Obama heeft onlangs een plan gepresenteerd dat de sluiting van Guantánamo Bay mogelijk moet maken. Hoe realistisch is dit plan?
Het plan om Guantánamo Bay te sluiten is niet nieuw; het bestond al onder de regering van Bush. En hoe je het ook wendt of keert; Guantánamo is wereldwijd het symbool geworden voor een ondeugdelijk strafrechtssysteem. Weinig mensen zullen dat ontkennen. Het kwaad bevindt zich echter in de details. Zelfs al zou iedereen het eens zijn dat Guantánamo Bay moet sluiten, wat is dan de volgende stap? Waar moeten de 93 gevangenen in vredesnaam naartoe? Je moet je voorstellen dat er nog steeds erg gevaarlijke personen vast zitten, zoals Khalid Sheik Mohammed, die beweert dat hij het meesterbrein achter 9/11 is. Dergelijke personen komen nooit meer vrij, in welke gevangenis zij zich ook bevinden. Opnieuw, waar moeten deze personen naartoe? In welke staat? In de buurt van welke grote stad? Een grote angst is dat er aanslagen worden gepleegd op het gebied waar de nieuwe gevangenen zich zullen bevinden. De lokale bevolking zit dus niet op de komst van de gevangenen te wachten. Bovendien gaat het vervoer en toezicht op de gevangenen veel geld kosten, en de wetgevende macht wil momenteel geen enkele belastingcent spenderen aan het vervoer van de gevangenen naar de VS. Kortom, het is makkelijk om te zeggen dat Guantánamo Bay moet sluiten, maar het is bijzonder moeilijk om de problemen op te lossen die ontstaan als gevolg van die sluiting. In dit licht betwijfel ik of het Obama nog gaat lukken om zijn plan vóór het einde van zijn termijn te verwezenlijken.

Na een jaar heeft u zich uiteindelijk teruggetrokken als hoofdaanklager. Waarom?
De processen tegen de zes gevangenen deed ik natuurlijk niet alleen; ik werkte in een groot teamverband. Ik vond dat de processen goed en eerlijk verliepen, maar ik kon niet alle juristen in mijn team daarvan overtuigen. Twee van de assistent-aanklagers claimden vervolgens dat ik de processen onnodig verstoorde. Ondanks de officiële verwerping van alle tegen mij geëiste wanpraktijken, vroeg mijn meerdere om me terug te trekken en om een nieuwe hoofdaanklager aan te stellen. Dat heb ik toen gedaan.

Jaren na uw werk op Guantánamo Bay bent u als Fulbright-bursaal een semester naar Leiden geweest om daar te doceren. Kunt u wat meer vertellen over uw tijd in Nederland als academicus?
Ik werkte voor de Center for Terrorism and Counterterrorism, waar ik het vak ‘Terrorisme, het Amerikaanse perspectief’ doceerde. Aan de Universiteit van Amsterdam gaf ik een lezing over mijn ervaringen als hoofdaanklager en over hetzelfde onderwerp had ik een interview op Radio 1. Ik was een verbonden aan het Fulbright Institute, waardoor ik op vele lezingen werd uitgenodigd. Op deze manier was ik in staat om de Nederlandse cultuur beter te begrijpen en mijn Amerikaans gedachtegoed uit te wisselen met de Nederlandse academici. Ik was met name onder de indruk van de mondiale blik die de Leidse studenten plegen te hebben. Amerikaanse studenten doen in vele opzichten niet onder aan de Leidse studenten, maar het ontbreekt de Amerikanen vaak aan cultureel bewustzijn en een algeheel begrijp over hoe de wereld in elkaar zit. Daar kan nog veel progressie worden gemaakt.

Wat wilt u de Leidse studenten meegeven?
Ik geloof in de Rule of Three, dus ik geef de Leidse studenten niet één, maar drie levensadviezen mee:

  1. Maak absoluut gebruik van iedere kans om te reizen en om in het buitenland te studeren. Vraag een Fulbright-beurs (of een vergelijkbare beurs) aan waarmee je in het buitenland een master kan volgen. 
  2. Studeer veel en werk hard, maar vergeet niet om iedere dag van betekenis te voorzien;
  3. Zeg wat je gelooft, en geloof wat je zegt, maar behandel eenieder zoals je jezelf zou behandelen; met eerbied en respect. 

[1] Fulbright is een Amerikaanse organisatie die wereldwijd beurzen verstrekt aan studenten en academici die in de Verenigde Staten een masteropleiding willen volgen of onderzoek willen doen. Andersom helpt Fulbright Amerikaanse studenten en academici om overal ter wereld te studeren of onderzoek te doen. Voor meer informatie, zie www.fulbright.nl.
[2] Voor een artikel in de Times, zie www.fulbright.nl.  
[3] Artikel 1 lid 9 sub 2 van de Amerikaanse Constitutie geeft eenieder op Amerikaans grondgebied het recht om zijn detentie aan te vechten. Het artikel luidt: "The privilege of the writ of habeas corpus shall not be suspended, unless when in cases of rebellion or invasion the public safety may require it."
[4] Rasul v. Bush, 542 U.S. 466 (2004).

Terug naar nieuwsoverzicht


Meer artikelen uit In gesprek met