In gesprek met Chris Fonteijn

Geschreven door Anne van Eck & Fatima Jarmohamed op 22-01-2016

In gesprek met Chris Fonteijn  


Voor de decembereditie is de NOVUM in gesprek gegaan met de Leidse alumnus Chris Fonteijn, de bestuursvoorzitter van de Autoriteit Consument en Markt.  
Na uw studie rechten hebt u 25 jaar bij NautaDutilh gewerkt, hoe hebt u beide keuzes gemaakt?

Dát ik zou gaan studeren stond vast. Maar wát ik zou gaan studeren was nog maar de vraag. Eerst dacht ik aan geschiedenis, maar toen had ik nog de misconceptie dat je daarmee alleen maar leraar kon worden. Uiteindelijk is het rechten geworden, gezien het rechtenmilieu waar ik uit kom een vrij voor de hand liggende keuze. Tijdens mijn studie heb ik stage gelopen bij NautaDutilh. Vervolgens, toen ik na mijn afstuderen in militaire dienstplicht zat, kreeg ik een belletje van een vriend van me die daar werkte. Ze zochten mensen en hij vroeg me of ik wilde solliciteren. Het ging toen nog een beetje vanzelf; het was anders dan hoe het nu is met ingewikkelde assessments en ellenlange sollicitatiegesprekken. Uiteraard had ik daar al wel tijdens mijn studie een stage gelopen. Zo’n stage kun je eigenlijk zien als een verlengd sollicitatiegesprek. Het bedrijf kan goed kennis maken met jou en jij kunt meteen zien of het werk je ligt. Er moet een bepaalde klik zijn. In die zin kan een stage enorm veel voor je betekenen. Uiteindelijk is het wel het gevolg van mijn stage geweest, dat ik bij Nauta terecht ben gekomen.    

Toen u in militaire dienstplicht zat, hebt u voor de Militaire Inlichtingendienst gewerkt. Hoe heeft dit u en uw carrière beïnvloed? Je kunt het je bijna niet meer voorstellen, maar we zaten toen in een periode (de Koude Oorlog) waarin men dacht in termen van ‘Oost’ en ‘West’. In een klasje van zes à zeven man heb ik toen vloeiend Russisch geleerd en werd ik opgeleid om eventuele Russische krijgsgevangenen te kunnen ondervragen. Dat  zijn eigenschappen die ik later in de advocatuur goed kon toepassen. Ik heb het dan over het verzamelen van informatie en vooral ook dat je goed bent in het puzzelen om tot een duidelijk beeld te komen. Zo zeggen mensen bijvoorbeeld met hun lichaamstaal vaak dingen zonder dat te beseffen. Ik heb geleerd hoe gesprekken te voeren en te weten te komen wat ik wil weten door ook de kleine signalen op te pikken. In de advocatuur ligt de nadruk ook op een goede gespreksvoering en een gedegen informatieverzameling. Maar ook bij de ACM zijn goede communicatievaardigheden uiteraard van groot belang.  

Na de advocatuur kwam de sprong naar de OPTA, de Onafhankelijke Post- en Telecommunicatieautoriteit. Hoe verliep dat?
Ik heb de advocatuur altijd een geweldig beroep gevonden. Er zijn zoveel mogelijkheden om jezelf heel snel te ontwikkelen. Ik heb altijd heel veel vrijheid en vertrouwen gekregen, daar heb ik geluk mee gehad. In de advocatuur heb je ‘never a dull moment’, met een beetje fantasie kun je binnen een groot advocatenkantoor verschillende dingen doen. Maar, de advocatuur is een leerschool en je moet niet je hele leven op school blijven. Ik wist dat ik op een gegeven moment iets anders wilde doen. Ik had een schrikbeeld van oudere advocaten die over hun houdbaarheidsdatum zijn, Villa Avondrood noemden we hen. Ik was op dat moment hoofd energierecht van NautaDutilh en daar trad ik op voor de overheid in verband met de privatisering van de energiesector. Ze dachten hij doet het nooit – ik verdiende natuurlijk in hun ogen veel te veel  – maar laten we hem eens vragen voor de OPTA. Toen dacht ik, als ik ooit wil springen, moet het nu. Het was een enorme duik in het diepe, ik wist niets van de overheid. Qua verantwoordelijkheden denk ik dat ik nu een zwaardere baan heb. Als advocaat neem je niet de uiteindelijke beslissingen en dat doe ik nu wel.. Die knoop in je maag heb je pas als je zelf verantwoordelijk bent voor de gevolgen. Daarnaast ben ik altijd heel nieuwsgierig geweest en ook vaardig in taal, dat is in de advocatuur essentieel en kan ik hier ook goed toepassen. Je moet je goed uit kunnen drukken, taal is je instrument. Dat wordt in de toezichtswereld nog wel eens onderschat. Ook het met mensen omgaan is zowel in de advocatuur, als hier, van groot belang. Er zit vaak spanning op de lijn, je moet met een heleboel verschillende krachten zoals politiek, bedrijfsleven, publiek, om kunnen gaan.  

De ACM heeft eerder dit jaar vrij veel kritiek gehad om de beslissing omtrent de Kip van Morgen. Kunt u hier wat meer over vertellen?
Het besluit omtrent de Kip van Morgen heeft best wel veel stof doen opwaaien. Vanuit de pluimvee-industrie en de supermarktketens kwam het initiatief om afspraken te maken over de verkoop van kippenvlees waarbij meer aandacht zou komen voor het dierenwelzijn. De afspraken over deze ‘Kip van Morgen’, die de plek van de reguliere kip – tegenstanders noemen het de ‘plofkip’ - zou innemen, zouden eigenlijk in strijd met het kartelverbod zijn. Er zijn uitzonderingen op dit kartelverbod mogelijk. Één van de voorwaarden is dat de voordelen voor de consument hoger moeten zijn dan de nadelen. Met de Kip van Morgen neem je consument de mogelijkheid om reguliere kip te kopen weg. We willen dat consumenten kunnen kiezen. Uit onderzoek is gebleken dat men graag meer betaalt voor duurzamere kip, maar niet de ‘Kip van Morgen’ omdat deze consumenten te weinig over hadden voor de beperkte vooruitgang in dierenwelzijn. De Mededingingswet biedt de mogelijkheid om dierenwelzijnsmaatregelen te waarderen. Dat hebben we ook gedaan. Echter, de voordelen van de ‘Kip van Morgen’ waren niet groot genoeg. Je ziet ook dat andere supermarkten ook duurzamere kip in de schappen leggen zónder vergaande afspraken tussen de producenten en andere supermarkten. Dat gebeurt dus ook en dat vergroot de keuzemogelijkheden van consumenten. Wellicht dat de ACM in de toekomst wel groen licht kan geven voor een bepaalde verduurzaming. ACM krijgt heel wat over zich heen. Aan bijna elke beslissing die ACM neemt spelen verschillende belangen. Dat maakt de besluitvorming vrij lastig,. In die zin moet je die kritiek over de belangenafweging niet altijd serieus nemen. Kritiek die samenhangt met het beleid en die eigenlijk betrekking heeft op de kern van ‘jouw’ organisatie, dien je natuurlijk zonder meer serieus te nemen. Wat de zaken van de ACM betreft word ik niet snel warm of koud van kritiek, tenzij ik denk dat de kritiek daadwerkelijk hout snijdt en de ACM echt fouten heeft gemaakt. Gelukkig komt dat soort kritiek niet echt voor. Daar komt ook nog eens bij dat de kwaliteitsmedia ons altijd de kans geeft om een beslissing nader toe te lichten. Dus waar je soms krantenkoppen leest waarvan je dan denkt ‘pure lobby’, kritiek die je langs je heen moet laten gaan, krijg je vaak genoeg de mogelijkheid om de onwetendheid weg te nemen.  

Denkt u dat het duidelijk is voor de consument wat de Autoriteit Consument en Markt precies doet?
Het is soms lastig aan te geven welk beeld men van ons heeft, want  dat is heel divers. Er zijn veel verschillende groepen mensen die allemaal een ander beeld hebben. Ik denk wel dat onze rol en ons takenpakket binnen de zakenwereld heel duidelijk is. Daarnaast bestaat de ACM ook niet zo gek lang, de Consumentenautoriteit, de NMa[1] en de OPTA zijn pas in 2013 officieel gefuseerd tot de ACM. Die namen spraken tot voor kort meer tot de verbeelding. Ook ConsuWijzer, onderdeel van de ACM, doet wellicht een belletje  rinkelen. De missie van de ACM is het bevorderen van kansen en keuzes voor bedrijven en consumenten. Zo is de recentelijke campagne ‘Elke app heeft zijn prijs’ van de ConsuWijzer ook van ons. Deze probeert de consument bewuster te maken over de privacy die gebruikers van gratis apps op hun smartphone uit handen geven zonder zich dat te beseffen. De campagne waarschuwt de consument immers voor oneerlijke handelspraktijken van bedrijven die achter deze apps zitten en allerlei data van de consument verzamelen. Veel zaken van de ACM worden breed uitgemeten in de media, dus indien de gemiddelde consument zich niet zo gauw een voorstelling kan maken van de ACM, is dat slechts een kwestie van tijd. Je ziet overigens ook dat zaken waar we ons over buigen, zoals bijvoorbeeld de ons optreden naar incassobureaus, vaak veel media-aandacht krijgen. Dan is het voor ons natuurlijk zaak om ons oordeel daar zo min mogelijk door te laten beïnvloeden en we besteden hier beleidsmatig ook zeker aandacht aan om dat te voorkomen.  

U hebt veel te maken met invloeden uit Europa en de politiek. Hoe gaat u daarmee om?
Europa is ontzettend belangrijk voor Nederland. Er wordt veel geregeld in Europa om de Europese – en dus ook de Nederlandse economie – goed te laten draaien. In mijn OPTA-tijd ben ik voorzitter geweest van de BEREC[2], de Europese organisatie van telecomtoezichthouders,  en ik heb daar gezien hoe ongelooflijk belangrijk het is om goed af te stemmen met je Europese collega’s. Het is voor telecomproviders en andere partijen natuurlijk bijzonder vervelend als de regelgeving niet op elkaar aansluit. De kunst hier is het zoeken naar een goede balans. Individuele landen moeten genoeg de ruimte worden gelaten, want het ene land is het andere land niet. Dus op Europees niveau zijn bepaalde verschillen onontkoombaar, maar aan de andere kant moeten bepaalde zaken wel gewoon op uniforme wijze geregeld worden. Het blijft een kwestie van samenwerken maar hoe meer belangen er op het spel staan, des te gevoeliger een zaak wordt. Het bestuur van de ACM – Anita Vegter, Henk Don en ik – is benoemd door het Ministerie van Economische Zaken maar we zijn onafhankelijk in onze besluitvorming. We hebben onze onafhankelijkheid hoog in het vaandel. De werknemers van de ACM vallen wel onder het Ministerie van Economische Zaken, maar staan onder uitsluitende bevoegdheid van het bestuur.  

Hoe hebt u uw studententijd ervaren en wat zou u willen meegeven aan de Leidse rechtenstudent?
Allereerst; kom na je afstuderen bij ons werken. We hebben vaak juristen nodig en ACM is een hele leuke en leerzame werkplek. Ten tweede, geniet in je studententijd.Ik heb intens genoten van alles wat Leiden te bieden had. Ik wil best toegeven dat ik misschien zelfs meer op sociaal vlak heb geïnvesteerd dan in mijn studie, maar van die vaardigheden en ervaringen heb ik mijn hele leven ontzettend veel plezier gehad. De tijden zijn zeker veranderd, dus er zit nu ook wel een bepaalde druk achter de studenten. Wat echter niet is veranderd, is dat de studietijd de tijd in je leven is wat betreft de vrijheid en het zoveel mogelijk eruit te halen. Sporten, hobby’s, feesten, etc., dat komen allemaal in een ander daglicht te staan als je eenmaal gaat werkenIk was misschien niet de meest serieuze student, maar het scheelde dat ik van huis uit een soort bindend studieadvies had gekregen. Ik mocht van mijn vader alles doen wat ik wilde, zolang ik maar mijn punten bleef halen. In die tijd had je nog geen leenstelsel of studiefinanciering. Die financiële steun van mijn vader had ik echt nodig, dus dat hield ik in mijn achterhoofd. Ik was absoluut een jonge hond met een zekere impulsiviteit, maar wel met bepaalde grenzen. Dat treden buiten de gebaande paden probeer ik er ook nu zoveel mogelijk in te houden. Uiteraard wederom niet onbegrensd – op een gegeven moment begint het leven wat serieuzer te worden – maar ik denk dat het goed is als je niet voorspelbaar wordt en juist onverwachte beslissingen durft te nemen.            

[1] Nederlandse Mededingingsautoriteit
[2] Body of European Regulators for Electronic Communication

Terug naar nieuwsoverzicht


Meer artikelen uit In gesprek met