In gesprek met Meester Leonie

Geschreven door Fatima Jarmohamed op 20-10-2015

In gesprek met Meester Leonie   

Dit jaar organiseert JFV Grotius Open Boek-lezingen. Mensen die naam hebben gemaakt in de juridische wereld worden naar het Kamerlingh Onnes Gebouw gehaald, alwaar zij een lezing verzorgen. Na afloop kunnen de aanwezigen vragen stellen en aldus zijn zij een ‘open boek’. De NOVUM heeft delen van deze lezing opgetekend met als doel om ook niet-aanwezigen de kans te gunnen om meer te weten te komen over de persoon in kwestie. De eerste persoon die JFV Grotius heeft mogen verwelkomen op het KOG is niemand minder dan Leonie van der Grinten, beter bekend als Meester Leonie.   

Je runt een bekende weblog met ruim 10.000 volgers. Wat heeft je doen bewegen om een dergelijk weblog te beginnen? 
Het doel van mijn weblog is om de kloof tussen de maatschappij en het strafrecht zoveel mogelijk te verkleinen. Ik heb me altijd georiënteerd op de strafrechtelijke advocatuur en in die zin heb ik altijd vragen op mij afgevuurd gekregen in de trant van ‘waarom zou je in ‘s hemelsnaam iemand willen verdedigen die zoiets op zijn geweten heeft?’. Op een gegeven moment werd ik een beetje moe van steeds hetzelfde riedeltje afsteken en wilde ik  mijn naaste omgeving op een hele andere wijze kennis te laten maken met het strafrecht. Voor zover ik wist was er toen niemand anders die op een dergelijke wijze blogde over het onderwerp en ik had toen in gedachten dat ik na een jaar met tweeduizend volgers meer dan tevreden zou zijn. Dat dit dus is vervijfvoudigd is vele malen mooier dan ik me had kunnen voorstellen natuurlijk.   

Wanneer heb je het idee dat je doel bereikt hebt? 
Het is lastig vast te stellen wanneer die kloof verkleind is, er komt natuurlijk niemand op je af met de boodschap ‘dat de kloof, die tussen hem en het strafrecht bestond, nu weg is’. Ik hoop uiteraard wel dat ik iemand op een andere wijze kan laten kijken naar het strafrecht en bepaalde uitspraken. Vorig jaar heb ik een weblog geschreven over de uitspraak van de rechter in de zaak van een Poolse man die een klein kind en haar grootouders had doodgereden. Hij had toen 120 uur taakstraf gekregen en de vader van het kind heeft toen een stoel naar de rechter gegooid. Het is uiteraard zeer begrijpelijk dat men zo heftig kan reageren wanneer hij zijn kind en ouders verloren heeft en de ‘dader’ weg lijkt te komen met zo’n straf, maar ik heb toen in mijn weblog uitgelegd waarom ik vond dat de straf gepast was in dit geval. In het strafrecht kijk je immers zo min mogelijk naar de eventuele tragiek van een bepaalde gebeurtenis, maar kijk je alleen maar naar die bepaalde handeling en hoeverre dit iemand kan worden aangerekend. Zo’n weblogpost doet (begrijpelijkerwijs) erg veel stof opwaaien en je kunt de klok erop gelijk zetten dat je ook wat nare reacties krijgt. Maar het overgrote deel van de reacties was enorm positief en ik heb van velen gehoord dat ze er nooit zo naar gekeken hadden. En dat is ook precies waar ik het voor doe.   

Hoe ga je met de nare reacties om? 
Ik probeer het zoveel mogelijk in perspectief te plaatsen. Iemand stelde bij deze zaak dat ik ‘vast wel ergens een wit voetje moest halen’, maar dat is dan slechts één nare reactie naast talloze positieve reacties. Daarnaast zal ik na een lange werkdag niet zo gauw een weblog online zetten waarvan ik denk dat er nare reacties op kunnen komen, zo’n weblog bewaar ik gewoon voor de volgende dag, haha. Ook vind ik wel dat nare reacties er ook wel bij horen. Dit weblog ben ik natuurlijk ook begonnen met het oog op het onbegrip dat men soms heeft jegens het strafrecht, dus dat dit onbegrip op mijn weblog wordt geuit in de vorm van nare reacties is dan ergens ook wel logisch. Ik probeer het zoveel mogelijk van me af te laten glijden en ga mezelf dan ook niet verdedigen als mensen nare dingen zeggen. Wel met mate uiteraard, ik zal het niet toestaan dat mensen mij of anderen zullen uitschelden of iets dergelijks – maar gelukkig is dat tot nu toe nog nooit gebeurd.   

Het runnen van een dergelijk weblog, waar je bijna elke dag mee bezig bent, kan naast je baan én de advocatenopleiding toch wel gelden als vrij pittig. Hoe houd je het allemaal vol? 
Ik vind het oprecht leuk om zo bezig te zijn met mijn vakgebied. Mijn weblog dwingt me overigens ook wel om de actualiteiten heel goed in de gaten te houden en bepaalde uitspraken op de voet te volgen. Dit moet ik ook sowieso doen voor mijn werk, dus dat is zeker een fijne bijkomstigheid. De advocatenopleiding moet inderdaad niet worden onderschat, je moet elke week heel braaf je huiswerk uploaden en dat moet met een voldoende kunnen worden beoordeeld. Heb je een onvoldoende, krijg je een kans om dat te herkansen. Heb je twee onvoldoendes staan, verlies je daarmee de mogelijkheid om het tentamen af te leggen. Er ligt dus constant wel een bepaalde druk op je, zeker wanneer je nagaat dat je geschrapt wordt als advocaat als je drie tentamens niet hebt gehaald. Het is uiteraard de bedoeling dat ik de opleiding in mijn eigen tijd afrond, maar als ik op kantoor vraag om een vrije dag of twee om een tentamen goed te kunnen voorbereiden is dat bespreekbaar. Mijn kantoor gaat gelukkig erg flexibel om met de enorme kracht waarmee de opleiding aan me trekt. Je hoort overigens vaker dat advocatenkantoren vinden dat de opleiding dusdanig veel van hun advocaat-stagiairs vergt in die zin dat ze minder aan hen hebben. De combinatie is vrij zwaar, maar gelukkig vind ik het ontzettend leuk en dat scheelt enorm.   

Wat dat betreft zit je dus qua kantoor zeker op je plek? 

Ja, ik ben ontzettend blij met de kans die ze me hebben gegeven. Het klinkt misschien alsof iemand met meerdere masters, waarvan één cum laude en de ander met een 7,9 afgerond, zo een baan zou kunnen vinden. Helaas viel dat tegen. Via via kon ik bij dit kantoor terecht en gelukkig vinden ze het ook prima dat ik naast mijn werk het weblog run – iets wat uiteraard ook niet vanzelfsprekend is. Overigens heb ik nog nooit geschreven over mijn eigen zaken en dat zal ik ook nooit doen. Ik zou het te allen tijde willen vermijden dat men zou twijfelen of ze zich wel willen laten vertegenwoordigen door mij omdat ze zich anders zouden blootstellen aan de kans dat ik later een blog schrijf over hun zaak. Dit soort dingen moet je natuurlijk heel erg goed in de gaten houden, als advocaat én als kantoor. Maar gelukkig heeft mijn kantoor toch weer wat nieuwe cliënten gekregen dankzij het weblog, dus tot nu toe gaat het allemaal goed.  

Met jouw masterscriptie heb je een master in Tilburg (cum laude) afgerond én een master in Maastricht. Het onderwerp van jouw masterscriptie is momenteel erg onder de aandacht. Kun je daar iets meer over vertellen?
Mijn scriptie heb ik geschreven over de levenslange gevangenisstraf. Dat staat op relatief gespannen voet met bepaalde mensenrechten, nu men sinds de uitspraak van het EHRM in de zaak-Vinter in 2013 kan beargumenteren dat  Nederland art. 5 lid 1 sub a van het EVRM schendt met het beleid omtrent deze straf. Het Hof stelt dat een levenslange straf de iure en de facto in te korten moet zijn en uitzicht zou moeten kunnen bieden op een eventuele invrijheidsstelling. Bestaat deze mogelijkheid niet bij de oplegging van de straf, is dit in strijd met het verbod op een inhumane behandeling (art. 3 EVRM). Deze strijdigheid kan niet worden verenigd met art. 5 lid 1 sub a EVRM, waarin wordt gesteld dat iemands vrijheid slechts kan worden ontnomen indien hij op rechtmatige wijze is gedetineerd. In Nederland kan er gratie worden verleend, dus in iure bestaat deze mogelijkheid. Wat in twijfel kan worden getrokken, is of deze mogelijkheid de facto ook bestaat; gratieverzoeken worden al decennialang afgewezen.      

Sinds 1986 is er geen gratie meer verleend.* Hoe denk je dat dit komt? 
Er is niet echt een gebeurtenis aan te merken als keerpunt, dus het blijft giswerk. Het lijkt me echter een reden om de kloof tussen het strafrecht en de maatschappij te verkleinen. Het is voor te stellen dat er minder snel gratie wordt verleend omdat  de maatschappij een levenslanggestrafte voor altijd achter de tralies wil zien. Veel Nederlanders denken dat strafrechters steeds lager straffen, maar onderzoek wijst uit dat het tegendeel juist het geval is. Een ander groot misverstand is overigens dat levenslang in Nederland slechts 20 of 30 jaar is, maar levenslange gevangenisstraf staat in Nederland toch echt gelijk aan voor de rest van je leven in gevangenschap doorbrengen.
* In september 2009 is een bijzonder gratieverzoek ingewilligd. Een terminaal zieke man kreeg de kans om thuis te sterven en hij is enkele dagen na zijn ‘gratie’ dan ook overleden.   

Aan welke oplossingen denkt men momenteel? 
Er zijn meerdere redenen om een tussentijdse periodieke rechterlijke toetsing te gaan hanteren na 15 of 20 jaar. Een levenslange straf dient uiteraard een aantal doelen, maar na een x aantal jaar kan de situatie dermate veranderd zijn dat deze straf niet meer doet wat het in eerste instantie zou moeten doen. De vergeldingsbehoefte kan veranderd zijn of de maatschappij behoeft minder bescherming dan voorheen. Eerder dit jaar is er in de politiek aandacht besteed aan de invoering van een toetsing na 25 jaar en ook maakt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming zich sterk voor de mogelijkheid om een levenslanggestrafte met verlof te kunnen laten gaan.  

Last but not least, welke tips zou je de studenten willen meegeven?

In de strafrechtadvocatuur is het niet zo makkelijk om een voet aan wal te krijgen. Ik zou het mensen dus aanraden de banenmarkt niet te onderschatten, maar maak jezelf ook niet gek natuurlijk. Onderscheid jezelf van de rest, probeer op een andere manier met de studie bezig te zijn. Maar, geniet ook vooral van je studentenleven! Het optimale uit jezelf halen gaat het makkelijkst als je jezelf voldoende ontspanning gunt.     


In het kader van de Open Boek-lezingen van JFV Grotius heeft Meester Leonie de lezing afgesloten met een aantal leestips. Welke boeken zou je volgens haar eens moeten lezen?   
  • ‘Taal uit de zaal’ – Mark Teurlings  
  • ‘Kijken in de ziel – Strafpleiters’ – Coen Verbraak  
  • ‘Het proces van de eeuw’ – Christiaan Alberdingk Thijm   

Terug naar nieuwsoverzicht


Meer artikelen uit In gesprek met