In gesprek met Jan Adriaanse

Geschreven door Fatima Jarmohamed & Niels Neve op 28-07-2015

In gesprek met Jan Adriaanse


Hoe bent u terecht gekomen op uw huidige werkplek?  
Ik ben opgegroeid in een echte ondernemersfamilie en heb dus altijd wel iets met bedrijven gehad. Vanaf mijn veertiende ongeveer wist ik dan ook dat ik iets met bedrijfskunde wilde gaan doen en toen ik ongeveer 21 was rondde ik deze opleiding af aan de Nyenrode Business Universiteit. Omdat ik toen relatief jong was en meer verdieping zocht, ben ik rechten gaan studeren aan de Universiteit Leiden. Tijdens mijn afstuderen heb ik mijn scriptie geschreven over het faillissement van vliegtuigbouwbedrijf Fokker. Hierdoor raakte ik geïnteresseerd in bedrijven die in zwaar weer verkeren. De hoogleraar in bedrijfswetenschappen toentertijd, bood mij een baan aan als docent-onderzoeker. Ik kreeg toen de mogelijkheid om onderzoek te doen naar bedrijven in zwaar weer, mijn uiteindelijke promotieonderwerp, en daarnaast kon ik helpen met het opzetten van het Centrum voor Bedrijfswetenschappen. Het feit dat ik Bedrijfskunde heb gestudeerd was toen een prettige bijkomstigheid, daardoor had ik wel een beetje een idee hoe de opleiding Rechtsgeleerdheid en Bedrijfswetenschappen ingericht zou moeten worden. Turnaround Powerhouse heb ik in 2011 opgericht en tegelijkertijd kreeg ik een parttime aanstelling als hoogleraar turnaround management. Turnaround Powerhouse begeleidt bedrijven en organisaties die met vraagstukken omtrent verandering kampen. Wij ondersteunen hen in het oplossen daarvan. Daarnaast geven we ook training aan onder andere advocaten en bankiers, bijvoorbeeld in Afrika, Londen, Suriname en Oost-Europa. Overal eigenlijk, om mensen ‘turnaround skills’ aan te leren. Dankzij mijn juridische achtergrond ken ik de nodige regels omtrent faillissement goed,  maar waar ik mij eigenlijk op richt is het voorkomen van faillissement en op welke manieren dat mogelijk is.  

Hoe ervaart u de combinatie met de academische wereld en een bedrijf met een dergelijk hands-on-mentaliteit? Denkt u dit voor een lange periode te willen doen?  
Het bedrijfsleven vraagt vaak snelle, praktische oplossingen en bij de universiteit heb je meer tijd voor reflectie en 
theoretische achtergrond bij vraagstukken. Cliënten in het bedrijfsleven verwachten hoge kwaliteit en snelle actiegerichte producten. Soms is mijn advies aan cliënten dan ook dat het verstandig is om bepaalde vraagstukken wat meer tijd te geven, want de gemiddelde ondernemer is vaak heel actiegericht. Dit om een verschil aan te geven met de academische wereld. Maar ik kan daar goed tussen schakelen, het vult elkaar eigenlijk mooi aan. Cliënten waarderen het vaak dat ik tegelijkertijd een academische achtergrond heb. Op dezelfde manier merk ik ook dat studenten erg geïnteresseerd zijn in praktijkvoorbeelden. In dat opzicht is het erg prettig om de twee te kunnen combineren. Momenteel besteed ik wel meer tijd aan de universiteit, maar dat komt wellicht ook omdat er gauw een nieuw boek over ondernemen in zwaar weer uitkomt waar ik aan werk. In mijn ervaring vullen beide bezigheden elkaar ontzettend goed aan. Maar of ik de rest van mijn leven zo wil invullen? Eigenlijk wil ik over vijf jaar miljonair zijn. Nee, maar zonder dollen, het is nu uiteraard wel een vrij hectisch bestaan. Ik denk dat ik in de toekomst meer tijd aan de universiteit wil besteden. Maar dat is weer zo lastig te zeggen, want het werk bij Turnaround Powerhouse vind ik ook zo leuk om te doen.  

Wat is de belangrijkste les die u heeft geleerd van het managen van Turnaround Powerhouse?  Iemand met een echte ondernemersgeest begint vaak aan nieuwe projecten. Een belangrijke les hierin is echter dat je goed moet beseffen dat je ook dient te stoppen met een bepaald project als je merkt dat het niet gaat werken. Er zijn meerdere projecten waar we eens aan zijn begonnen waarvan ik het idee heb dat we er te lang mee zijn doorgegaan. De uitdrukking ‘don’t cry over spilt milk’ is daarop mooi van toepassing. Een wat hardere variant op deze les heb ik geleerd binnen het management. Zo moet je ook mensen kunnen loslaten als ze niet naar behoren functioneren. Het is dan beter om in een keer duidelijkheid te creëren en afscheid te nemen. Wat ik trouwens geleerd heb van de combinatie werken aan de universiteit en Turnaround Powerhouse is dat de theorie die je leert, niet altijd in de praktijk zo uitwerkt. Het is een mooie ervaring om je dat te realiseren – dat een bepaalde theorie bestudeerd is betekent niet dat het ook meteen de waarheid is. Je hebt daarom voor ondernemen ook een bepaalde ‘straatwijsheid’ nodig, je moet kunnen aanvoelen waar de kansen liggen.  

Zou u dan ook zeggen dat het van groot belang is dat studenten meer in de praktijk moeten doen en meer zouden moeten ondernemen?   Absoluut. Waar ik me hard voor maak is dat we aan de universiteit veel meer aandacht moeten besteden aan innovatie en ondernemerschap, om studenten daar vroegtijdig mee in aanraking telaten komen. Ik denk met name dat het voor de rechtenfaculteit erg belangrijk is dat we ons realiseren dat de wereld aan het veranderen is, denk aan toenemende digitalisering en globalisering. Mijn voorspelling is dan ook dat de helft van de grote advocatenkantoren die we nu kennen, over tien jaar niet meer bestaat. Misschien volgt er wel een zelfde trend als Uber, en ontstaat er een soort ‘Uber Legal’, of ‘Google Legal’ om iets als voorbeeld te noemen. Het wordt dus belangrijk om nieuwe businessmodellen uit te vinden voor de juridische wereld. Het betekent bijvoorbeeld dat het belangrijk wordt om na te denken over nieuwe concepten. Samenwerken met de wis- en natuurkundefaculteit om nieuwe ICT-concepten te ontwikkelen. Ik maak mezelf niet heel erg populair met dit soort uitspraken, maar ik hecht veel waarde aan een multidisciplinaire kijk op zaken.    

U noemt het een ‘wellicht naïeve’ gedachte dat het mogelijk zou zijn om het falen van bedrijven wereldwijd tegen te kunnen gaan. Maar tevens ziet u deze gedachte ook als een van uw grootste drijfveren. Hoe bedoelt u dit?
In de praktijk zie ik heel vaak dat bedrijven in nood veel te laat ingrijpen en dan ook niet echt op de meest efficiënte manier. Denk aan het rechtzetten van tafels en stoelen op de zinkende Titanic, dat heeft uiteraard geen zin meer. Ik zie het dan ook als doel om hier samen met collega’s en studenten, die vaak ook helpen met de onderzoeken, beter te begrijpen hoe het komt dat bedrijven in zwaar weer terecht komen. Zo kan je ook beter begrijpen welke turnaround medicijnen je moet toedienen om zo’n bedrijf weer gezond te maken. Ik reis overal naartoe om de kennis over turnaround management te delen. Mensen noemen het wel eens naïef, omdat het lijkt als we de hele wereld proberen te redden, maar dan zeg ik altijd: we kunnen in ieder geval een poging doen.  

Met welke onderzoeken bent u momenteel bezig?
We zijn een aantal onderzoeken aan het doen op de afdeling. Een van de onderzoeken gaat over business rescue. In dat onderzoek wordt er gekeken naar de verschillende insolventiewetten in Europa, hoe die in elkaar zitten en wat de instrumenten zijn die je kunt gebruiken om bedrijven in zwaar weer te redden. Waar we in het onderzoek ook naar kijken is hoe de turnaround wetenschap de insolventiewetgeving zou kunnen verbeteren. Daarbij wordt er ook gekeken naar soft law. Het meest spannende onderzoek waar we nu mee bezig zijn gaat over of je met behulp van serious gaming, dat is een onderwijstechniek waarbij in een bepaalde situatie wordt gesimuleerd, mensen uit de praktijk wordt geleerd business rescue situaties op een andere manier te benaderen door middel van rolwisseling. Bovendien gebruiken we serious gaming ook als onderzoekstechniek om beter inzicht te krijgen in de dilemma’s en vraagstukken die optreden in zwaar weer. We hopen er lessen uit te halen door te observeren hoe en waarom professionals – we doen het onderzoek momenteel met advocaten en bankiers – bepaalde beslissingen nemen. Een ander spannend project, maar pril, is een onderzoek naar hoe we inzichten uit anti-terrorismeonderzoeken kunnen gebruiken om beter te begrijpen hoe partijen, in dit geval banken en ondernemers, ten opzichte van elkaar staan ten tijde van zwaar weer. Vooral interessant zijn de inzichten over deradicalisering, hoe zij minder vijandig tegenover elkaar kunnen staan. In een ander, ook heel pril, onderzoek kijken we of aan de hand van big data-onderzoek, zonder financiële gegevens en andere cijfers, in een eerder stadium kan worden voorspeld of een faillissement dreigt. Zijn er bijvoorbeeld patronen aanwezig in het e-mailverkeer tussen medewerkers, waar je aan kunt zien dat een bedrijf aan het afglijden is? Kun je dus aan de hand van woordgebruik, en het gevoel dat in het woordgebruik zit, zien dat het slecht gaat met een bedrijf? Allemaal wel heel experimenteel, maar zeker spannend. Bovendien kan het belangrijk zijn voor de visie die mensen hebben over mismanagement. Bij faillissement wordt al snel mismanagement als oorzaak aangewezen. Wij willen onderzoeken of dit niet een sociaal construct is en er andere redenen bestaan. Het maken van assumpties is enorm gevaarlijk. Kunnen personen aan de hand van hoe informatie wordt gepresenteerd een verkeerde, wellicht bevooroordeelde, inschatting maken van wat zij denken wat wel of niet mismanagement is? Wat ik eigenlijk bij al die onderzoeken probeer, is om uit andere vakgebieden mensen rondom onze onderzoeksgroep te binden, zodat we daarmee tot nieuwe inzichten komen rondom het faillissements- en insolventierecht. Zo ben ik dus met veel verschillende dingen bezig, gelukkig werk ik samen met veel collega’s aan deze onderzoeken.  

Heeft u uit al die onderzoeken nog opvallende conclusies kunnen trekken?
Recentelijk heeft de afdeling bedrijfswetenschappen onderzoek gedaan naar het effect van de toon waarop een advocaat een brief schrijft naar een schuldeiser. We hadden een enquête gehouden onder schuldeisers, met als dilemma een stuk tekst uit een brief van een advocaat, met het verzoek tot uitstel van betaling. In een versie van de tekst was een dwingende dreigende toon gebruikt, en bij een andere versie juist een vriendelijke, coöperatieve toon. Daarna werd de schuldeisers gevraagd bij welke versie van de brief ze meer bereid waren tot medewerking en uitstel. Het aantal schuldeisers dat mee wilde werken bij de brief met vriendelijke toon was substantieel groter dan bij de eerste versie van de brief. Dit leert ons welke houding je aanneemt ten tijde van zwaar weer, van grote invloed is op de bereidheid van schuldeisers om mee te werken en indirect dus ook op de kans dat een herstructurering slaagt. Het toont ook aan dat het menselijke aspect niet moet worden onderschat in het zakelijke en juridische handelen waar je je op dat moment op focust.  

Hoe denkt u dat uw vrienden, studiegenoten en collega’s u zouden omschrijven? Ik ben een echte workaholic, ik krijg oprecht energie van mijn werk. Een vriend vroeg me onlangs of ik mee ging fietsen, maar ik had werk te doen. Hij vroeg me of ik, naast werken, niet vergat om te leven. Ook weer een assumptie eigenlijk – wat mij betreft bestaat een work-life balance niet. Wat mij betreft is dat allemaal hetzelfde, het één sluit het ander absoluut niet uit. Ik heb, ook als ik aan het werk ben, het gevoel dat ik écht leef. Zo heb ik heb altijd nieuwe ideeën, vaak relatief gekke ideeën. Mijn studiegenoten zullen me waarschijnlijk ook als ondernemend en enthousiast omschrijven. Ik denk dat collega’s mij ook wel zo zullen omschrijven, maar ze zullen me daarnaast ook ongeduldig, eigenwijs, en soms ook wel rücksichtslos noemen. Ik heb inderdaad redelijk rücksichtsloze beslissingen genomen, zowel bij Turnaround Powerhouse als hier aan de faculteit. Wat ik wel geleerd is om ondanks eigenwijsheid goed te luisteren naar de mensen om je heen. Ik denk ook wel dat mijn studiegenoten me altijd wel een beetje als een maverick hebben gezien, ik ben nooit een standaardstudent geweest. Iets wat velen waarschijnlijk niet van me verwachten is dat ik een grote voorliefde heb voor gangsterrap. Ik ben erg groot van The Game en ik ben laatst nog naar een concert van Jay-Z geweest. Een grappig feitje, in mijn oratie heb ik nog verwezen naar Dr. Dre. Overigens heb ik toen wel even duidelijk gemaakt dat Dr. Dre geen collega aan de faculteit was, maar de artiestennaam van de gangsterrapper die ook bekend is van de koptelefoons. De wereld met zo min mogelijk oordelen bekijken is van groot belang. Zo is Dr. Dre een mooi voorbeeld. Zijn onderneming is enorm groot geworden en er zitten dan ook mooie lessen in. Maar je moet als professor dan wel aandacht aan een gangsterrapper willen besteden. Bijvoorbeeld dat je als ondernemer soms ook moet begrijpen hoe bepaalde maatschappelijke processen werken, waar de jongere generaties mee bezig zijn en daar een nieuwsgierige houding naar hebben. Anders is het lastig te begrijpen waarom bepaalde producten populair worden, of waarom bepaalde bedrijven zo hard groeien. Naar concerten gaan is daar voor mij een voorbeeld van, daar kun je goed zien wat de huidige popcultuur bezig houdt. Maar ook wat de kracht van internet en verschillende community’s zijn.  

Wat zou u voor boodschap aan de studenten willen meegeven?
Ik heb het idee dat men denkt dat de oude generatie – om het even Leidsch te zeggen – dichtgetikt kan zijn, maar ik kom ook erg veel jonge studenten tegen die veel te dogmatisch denken over bepaalde onderwerpen. Als je niet openstaat voor andere mensen of andere levenswijzen, is het moeilijk om op een andere manier over onderwerpen na te denken. Mijn boodschap aan studenten zou dan ook zijn dat ze moeten proberen zoveel mogelijk open te staan voor andere visies en op basis daarvan te proberen om tot nieuwe ideeën en inzichten te komen. Reizen is bijvoorbeeld altijd goed voor nieuwe inzichten, en probeer met veel verschillende mensen te praten. Word meer bewust van je onbewuste vooroordelen, en durf daar vanaf te stappen.

Terug naar nieuwsoverzicht


Meer artikelen uit In gesprek met