Wat is gevaarlijker? Mein Kampf of de televisie?

Geschreven door Andreas Kinneging op 02-11-2015

Wat is gevaarlijker: Mein Kampf of de televisie?


De vrijheid van meningsuiting; in theorie en in abstracto is iedereen ervoor. Maar als iemand dingen zegt of schrijft die als verwerpelijk worden gezien, roepen velen van ons toch heel snel: ‘Dat zou verboden moeten worden, want ook de vrijheid van meningsuiting kent grenzen!’ Ook de rechter wordt er dan snel in betrokken. En ook die hinkt op twee gedachten.

Neem het Europese Hof in Straatsburg. Dat spreekt in het befaamde Handyside-arrest uit 1976 heel principieel uit dat de ‘Freedom of expression...is applicable not only to “information” or “ideas” that are favourably received or regarded as inoffensive or as a matter of indifference, but also to those that offend, shock or disturb the State or any sector of the population’. Maar tegelijkertijd concludeert het Hof, in hetzelfde arrest, dat een verbod door de Engelse rechter in 1971 van een onzedelijk geachte publicatie, niet in strijd is met artikel 10 van het EVRM.

Het ging in die zaak overigens om Den Lille Røde Bog For Skoleelever, een Deens boek uit 1969, in het Engels vertaald als The Little Red School Book en verschenen in 1971. (Voor de onwetenden onder ons: de titel is een directe verwijzing naar het Kleine Rode Boekje van Mao-ze-Dong, de ‘Grote Leider’ van het toenmalige China, in werkelijkheid een verschrikkelijk despoot,  waar nogal wat mensen in Europa destijds naïef mee wegliepen.) Het boekje was geschreven door twee leraren en was gericht aan scholieren. Het riep hen op, geheel in jaren zestig stijl, het gezag van de docenten te verwerpen en met seks en drugs –voorzichtig- te experimenteren. Daarover ontstond flinke commotie in een groot deel van Europa. In diverse landen werd het vervolgens verboden, waaronder Engeland.

Twee andere feiten mogen niet onvermeld blijven. Ten eerste publiceerde in Nederland een groep ‘kritiese’ leraren, in navolging van hun Deense collegae, in 1970 Het Rode Boekje voor Scholieren, dat van een soortgelijke strekking was als het origineel. Die uitgave leidde niet tot een rechtszaak, maar wel tot de publicatie, ook in 1970, van Het Groene Boekje; nuchter protest tegen het rode boekje voor scholieren . Ten tweede is van The Little Red School Book in 2014 een herdruk verschenen in Engeland. De Engelse rechter heeft ditmaal echter niets van zich laten horen. Kennelijk moet de uitspraak uit 1971 na 43 jaar geacht worden te zijn verjaard… 

Omkijkend naar die tijd voelen velen van ons, jong en oud, een zekere ontroering en verwondering. ‘Ach germ, waar de mensen zich vroeger druk om maakten?’, zijn we geneigd te denken.

Begin januari 2016 verschijnt er ook, voor het eerst, een herdruk van een ander boek dat in allerlei landen, waaronder Nederland, verboden was: Adolf Hitlers Mein Kampf. Het gaat om een wetenschappelijk-kritische editie, gemaakt door twee medewerkers van het gerenommeerde, in München gevestigde Institut für Zeitgeschichte. In het Nederlands: het instituut voor hedendaagse geschiedenis.

Ik ben erg benieuwd wat U, lezer, nu voelt. Is dat ook nu ontroering en verwondering om het feit dat dit boek ooit verboden is geweest? Nee hè. Veeleer zal het nu een gevoel van ongemak zijn en twijfel. U heeft natuurlijk de Nederlandse rechtspraak omtrent Mein Kampf gevolgd en weet dat men inmiddels al een tijdje het boek mag verkopen, mits zonder ‘kwade bedoelingen’. U weet natuurlijk ook dat het boek al geruime tijd op internet, bij Amazon e.d., zo te bestellen is en op andere sites, die soms onmiskenbaar rieken naar kwade bedoelingen, gratis en voor niets is te downloaden. En U bent het natuurlijk met Gerard Spong eens dat het verbod door die beschikbaarheid allentwege ‘volkomen achterhaald’ is. Maar toch kunt U zich niet helemaal bevrijden van een ‘unheimisch’ gevoel bij de gedachte dat Mein Kampf, ongetwijfeld ook in Nederlandse vertaling, binnenkort in de schappen van elke boekhandel zal liggen.

Ik heb datzelfde gevoel. Toch vind ik dat het vrij verkrijgbaar moet zijn. Ik juich de wetenschappelijk-kritische editie die in de maak is dan ook toe. Maar niet omdat een verbod, als gevolg van de beschikbaarheid ervan op het internet, achterhaald is. Nee, ik meen dat het goed is om dit –duivelse- boek te bestuderen. En wel omdat wie de geschiedenis niet kent, gedoemd is soortgelijke fouten te maken als in het verleden gemaakt zijn. Wie niet bestudeerd heeft hoe Hitler dacht, zou zomaar eens soortgelijke dingen kunnen denken, zonder het in de gaten te hebben. Of zoals een groot man ooit zei: ‘Je moet altijd weten wat de vijand denkt.’ Welnu, een belangrijke toegang tot het denken van de vijand zijn diens geschriften.

Maar zullen er niet ook mensen zijn die zich door lezing van Hitlers boek geïnspireerd voelen? Zeker. Maar hoeveel zullen dat er zijn? Naar schatting zijn er alleen al van het Duitse origineel 11 miljoen exemplaren gedrukt. Heel veel mensen hadden het dus ooit in de boekenkast staan. Maar hoeveel van die mensen zullen het boek werkelijk gelezen hebben? Niet meer dan een paar duizend. De mensen die door dit type ideeën geïnspireerd worden, zijn nu eenmaal geen grote lezers. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat ook de mensen die het boek op internet gezet hebben geen idee hebben wat erin staat.

We maken ons, wat de vrijheid van meningsuiting betreft, zorgen over de verkeerde dingen en zien veelal over het hoofd wat ons echt zorgen zou moeten baren. Volgens mij gaat er van boeken, en meer in het algemeen van alles wat geschreven is, weinig of geen gevaar uit. Zelfs van Mein Kampf. Ten eerste omdat het geschrevene, per definitie, maar door weinigen gelezen wordt. En ten tweede omdat lezen een typisch cerebrale, weinig emotionele activiteit is, waarvan, wat er ook geschreven wordt, weinig maatschappelijke onrust is te verwachten. Voor alle soorten schriftuur dient derhalve volgens mij een volledige vrijheid van meningsuiting te gelden.

Kijk daarentegen nu eens naar redevoeringen, inclusief preken. Dat zijn hele andere dingen. Die bereiken en bereikten grote aantallen mensen. Denk aan de priesters en dominees in de kerken vroeger! De invloed van de Bijbel en de Koran, bijvoorbeeld, is niet zozeer te danken aan het feit dat ze door veel mensen gelezen worden –dat is nooit het geval geweest-, maar dat de paar mensen die ze lezen, via retorische podia toegang hebben tot een groot publiek. Redevoeringen nu zijn doorgaans beter in het opwekken van emoties dan in het overbrengen van een cerebrale boodschap. Dat maakt ze gevaarlijk. Zelfs J.S. Mill, die in zijn On Liberty (1859) een vrijwel volledige vrijheid van meningsuiting bepleitte, was er daarom voorstander van redenaars soms de mond te snoeren.

Het gevaar inherent in redevoeringen is eeuwenoud en al aan de kaak gesteld door Plato. Maar in de twintigste eeuw zijn daar nog een aantal grote gevaren bijgekomen.

In de eerste plaats is door de introductie van elektronische microfoons en de radio het bereik van redevoeringen en daarmee de opzwepende macht van de retorici over de massa’s exponentieel vergroot.

Hitlers macht kwam niet voort uit zijn boek, maar uit zijn alom te horen redevoeringen.



In de tweede plaats de beeldtechniek: fotografie, film, televisie en internet. Nog veel meer dan in het geval van redevoeringen verschuift hier, ten opzichte van de schriftuur, het zwaartepunt van begrip en verstand naar emotie. Niets staat denken zo in de weg als kijken. (Daarom sluiten we vaak de ogen of staren we als we denken.) En niets werkt zo in op de emoties als beelden. Voeg daarbij dat al die beelden op min of meer hetzelfde tijdstip worden gezien door miljoenen en soms miljarden mensen, en het is wel duidelijk dat de mogelijkheden voor misbruik hier een omvang krijgen die zonder precedent is.

Daarom is het geenszins terecht dat alle genoemde massamedia qua vrijheid van meningsuiting min of meer onder hetzelfde regime vallen als de schriftuur. Er is integendeel alle reden om de vrijheid van meningsuiting via de massamedia stevig in te perken. Het is gewoonweg niet waar dat de televisie e.d. de krant is in een ander jasje. Het gaat hier om een wezenlijk ander fenomeen, dat vaak kwaadaardige trekken vertoont, en dus een geheel andere aanpak vereist dan de krant. Zoals ook voor foto’s in de krant een ander regime zou moeten gelden dan voor tekst. ‘Een foto zegt vaak meer dan duizend woorden’, hoor je wel eens zeggen. Dat is zo. Maar een foto kan ook de werkelijkheid dermate overtuigend verdraaien, dan wat je daarna ook zegt, de waarheid geen schijn van kans meer heeft. En dat geldt a fortiori voor bewegende beelden.

Laten we blijven hinken op twee gedachten, vrijheid van meningsuiting en de beperking ervan, dat lijkt me het verstandigst. Maar nog belangrijker is het opnieuw doordenken waar precies vrijheid en waar beperking van node zijn.

Terug naar nieuwsoverzicht


Meer artikelen uit Column prof. Kinneging

Grotius en God

Column prof. Kinneging

Rechter en politiek

Column prof. Kinneging

Leve de democratie! Of toch niet?

Column prof. Kinneging

Wat is een universiteit eigenlijk?

Column prof. Kinneging

De Endlösung en de zeven juristen

Column prof. Kinneging