Woke en het communisme

Geschreven door Andreas Kinneging op 25-03-2022

Een geest waart door de westerse wereld, de geest van het ‘wokisme’. Veel mensen vragen zich af waar die geest opeens vandaan komt, wat ze precies inhoudt en hoe men zich ertoe moet verhouden. Daarom is het, denk ik, goed een aanzet te geven tot een analyse en beoordeling.

De geest van het wokisme is een geest die in veel opzichten lijkt op de geest van het communisme, zowel inhoudelijk, als in de manier waarop zijn aanhangers optreden tegenover andersdenkenden. Voor iedereen die weet wat het communisme was, is dat evident. Maar dat zijn niet veel mensen meer. Want het communisme ligt al dertig jaar achter ons, de oudere generatie is het inmiddels min of meer vergeten en een hele nieuwe generatie is er niet mee opgegroeid en heeft eigenlijk geen idee hoe het was, laat staan welke ideeën en idealen erachter staken. Daarom is het noodzakelijk iets over het wezen van het communisme te zeggen en de overeenkomsten en parallellen met het wokisme te laten zien.

Om te beginnen een citaat uit Het Communistisch Manifest, het beroemdste en meest gelezen boek van de intellectuele aartsvader van het communisme, Karl Marx:

“De geschiedenis van iedere maatschappij tot nu toe is de geschiedenis van de klassenstrijd. Vrije en slaaf, patriciër en plebejer, baron en lijfeigene, gildemeester en gezel, [kapitalist en arbeider], kortom onderdrukkers en onderdrukten stonden in voortdurende tegenstelling tot elkaar, voerden een onafgebroken, nu eens bedekte dan weer open strijd, een strijd die iedere keer eindigde met een revolutionaire omvorming van de gehele maatschappij.”

Uiteindelijk leidt de strijd, na een laatste revolutionaire omwenteling, tot de communistische maatschappij, waarin niet langer meer onderdrukkers en onderdrukten bestaan, maar iedereen gelijk is. Dan zal eindelijk iedereen zich vrij kunnen ontplooien en algehele harmonie bestaan. Een soort hemel op aarde is dus het eindresultaat van het historische proces en het toekomstbeeld dat de communisten drijft.

De strijd waarover Marx het heeft in de zojuist aangehaalde woorden: wat voor strijd is dat? Is dat een intellectuele strijd, een pennenstrijd? Is dat de woordenstrijd van het publieke en politieke  debat, gevoerd in de hoop dat de beste argumenten uiteindelijk zegevieren? Geen sprake van. De ideeën en de woorden van een kapitalist, van de onderdrukker, zijn slechts een verdediging van zijn eigenbelang, een rechtvaardiging van het onderdrukkingssysteem waarvan hij profiteert. Wat hij denkt en zegt heeft met de werkelijkheid niets te maken. Hij heeft een ‘vals bewustzijn’: hij zit vast in zijn partijdige wereldbeeld. Het heeft dus geen zin met hem in debat te gaan. De strijd waar Marx het over heeft is dus geen woordenstrijd, geen pennenstrijd. Het gaat er niet om de tegenstander met argumenten te overtuigen. Dat kan niet. Het enige wat werkt is de ‘gewelddadige omverwerping’ van het kapitalisme ten behoeve van de onderdrukte arbeiders.

Een probleem daarbij is dat de arbeiders niet spontaan aan de zijde van de communisten staan. Dat komt omdat de meesten van hen ook lijden aan een ‘vals bewustzijn’. Zij begrijpen niet dat ze uitgebuit en onderdrukt worden. Dat betekent dat de communisten vaak dingen zullen moeten doen die tegen de subjectieve wil ingaan van de arbeiders. Toch zijn die dingen gerechtvaardigd, omdat ze hun objectieve belang dienen. Vooralsnog kan van een werkelijke zelfbepaling dus geen sprake zijn, maar moet een dictatuur van het proletariaat worden gevestigd. Lees: een dictatuur van de verlichte communisten over het proletariaat.

Deze dictatuur heeft een tweevoudige taak. Ten eerste het gevecht tegen alle contrarevolutionairen. Deze moeten uitgeschakeld worden. Dat wil zeggen: ze moeten zich bekeren. En als ze dat niet doen, moeten ze verdwijnen uit de maatschappij. De tweede taak is de arbeiders opvoeden tot het communisme. Door overal het communisme, en alleen het communisme te propageren: op school, op het werk, in boeken, kranten, op televisie etc. Alle andere opvattingen, alle andere visies op de mens en de maatschappij zijn verboden. Ze staan haaks op de waarheid en zijn dus kwaadaardig.

Men denke niet dat dit slechts ‘graue Theorie’ is en in de praktijk de soep niet zo heet gegeten werd. Marx’ geschriften dateren uit de jaren 1840-1880. Tijdens zijn leven was zijn invloed beperkt, maar na zijn dood in 1883 neemt zijn invloed steeds meer toe. Overal ontstaan communistische organisaties, inclusief politieke partijen. In 1917 slaagt één zo’n partij, die der Russische bolsjewieken, erin de absolute macht in Rusland naar zich toe te trekken. De politiek die de bolsjewieken vanaf dat moment voeren, tot aan het einde van hun heerschappij in 1989, is niets anders dan de praktische uitvoering van de zojuist besproken theorie. En dat geldt zowel voor het Russische hartland, als voor de Europese satellietstaten, die ze vanaf 1945 bezat. Leest men bijvoorbeeld over de DDR en hoe deze ingericht en bestuurd werd, dan ziet men meteen dat hier gelovige marxisten aan het werk zijn, die de woorden van de meester in daden omzetten.

Hoe was het leven onder communistisch bewind? De kennis daarvan is in de Westen minimaal. Dat is tragisch, want wie de geschiedenis niet kent is gedoemd haar te herhalen. Het was een leven van armoe. Maar erger nog: het was een leven in angst. Het tegenovergestelde dus van de hemel op aarde die de communisten verwachtten en aan iedereen voorspiegelden.

Tot zover het communisme. Dan nu het wokisme.  Ik zei aan het begin van mijn betoog al dat de geest van het wokisme een geest is die in veel opzichten lijkt op de geest van het communisme, zowel inhoudelijk als in de manier waarop zijn aanhangers optreden tegenover andersdenkenden. Laten we eens kijken hoe dat precies zit.

Het communisme ziet de geschiedenis als een strijd tussen onderdrukkers en onderdrukten. Dit beeld van de geschiedenis beheerst ook het wokisme. De geschiedenis is een strijd tussen onderdrukkers en onderdrukten. Tussen kapitalisten en arbeiders natuurlijk, maar vooral tussen wit en zwart, man en vrouw, hetero en homo, mens  en dier, mens en planeet. Sinds kort is daar binair tegen non-binair bijgekomen en wie weet wat ons nog meer te wachten staat. De lijst is gemakkelijk uit te breiden.

Het denkpatroon is steeds hetzelfde: de wereld bestaat uit onderdrukkers en onderdrukten. Een strijd is noodzakelijk om de maatschappij radicaal/fundamenteel om te vormen, de onderdrukking en uitbuiting te beëindigen en gelijkheid en harmonie te vestigen: een hemel op aarde. Men ziet wel: het is exact hetzelfde denkpatroon als van het communisme. Het enige verschil zit hem in wie wordt gezien als onderdrukker en als onderdrukte.

Nu kun je natuurlijk, als je een uitgesproken mening hebt, met mensen met een andere mening in debat gaan en proberen hen te overtuigen. Dat doen wokisten echter niet. Integendeel, ze gaan ieder debat uit de weg. Ze proberen hun tegenstanders monddood te maken, om ze – zoals het nu heet – te ‘cancellen’. Bijvoorbeeld door middels bedreiging te voorkomen dat iemand als spreker wordt uitgenodigd. Of door het een spreker middels geschreeuw en gescheld onmogelijk te maken. Of door iemand in elkaar te slaan, of zijn huis of auto in de fik te steken. Of door te beweren dat hij zijn baan verliest. Et cetera. De gedachte is dat iemand die een andere opvatting is toegedaan ‘geen podium’ mag krijgen. Zo iemand is immers, omdat hij het woke gedachtengoed niet omarmt, eo ipso al een racist, een sexist, een homofoob, een xenofoob en wat dies meer zijn. Zijn opvattingen zijn niet serieus te nemen. Het zijn slechts de egoïstische en geborneerde oprispingen van een onderdrukker. Of de oprispingen van iemand die zelf onderdrukt is, maar nog zo weinig begrijpt van de wereld, dat hij de taal van de onderdrukkers spreekt. In beide gevallen is er geen enkele reden te luisteren en in debat te gaan.

Men herkent onmiddellijk de communistische strijdmethoden. Ook deze gingen niet in debat. Ook dezen accepteerden maar één opvatting. Ook dezen waren ervan overtuigd dat hun tegenstanders leden aan een vals bewustzijn. Ook dezen maakten hun tegenstanders monddood. Ook dezen schuwden daarbij niet terug voor geweld en bedreiging.

En waar het communisme ‘strijd’ definieerde als ‘revolutionaire strijd’, die gevoerd moet worden om de macht te grijpen en dan de maatschappij zo om te vormen dat ze correspondeert met het communisme, daar geldt precies hetzelfde voor het wokisme. Men is erop uit, door het benoemen van zo veel mogelijk ‘Genossen’ op zo veel mogelijk belangrijke posten in de voornaamste maatschappelijke instituties – denk aan onderwijs, ambtenarij, pers, rechterlijke macht en politiek – de macht te grijpen. Dan heeft men een revolutionaire omwenteling tot stand gebracht, die elk debat voorgoed onnodig maakt. Omdat men dan gewoon zijn opvatting aan de maatschappij kan opleggen en alle andere opvattingen kan verbieden.

Het moet gezegd: de laatste jaren zijn hierin grote vorderingen gemaakt. Het wokisme heeft inmiddels veel instituties overgenomen. Wie er werkt en zijn twijfels heeft, houdt zich meestal op de vlakte, uit angst voor repercussies. Net als onder het communisme. De vanzelfsprekendheid van de vrijheid alles te kunnen zeggen wat je wilt is de schoorsteen uit. Het is op je tellen passen en uitkijken wat je zegt. Eén verkeerd woord kan fataal zijn. Net als onder het communisme. Dat is geen goede ontwikkeling. Willen we niet onverhoeds langzaam maar zeker tot een DDR 2.0 vervallen, dan moet er tegengas worden gegeven. Volgende keer doe ik een paar suggesties.

Terug naar nieuwsoverzicht


Meer artikelen uit Column prof. Kinneging

Het huwelijk: een open norm?

Column prof. Kinneging

Academische vrijheid

Column prof. Kinneging

Classificatie en hokjesgeest

Column prof. Kinneging

Democratie en heerschappij

Column prof. Kinneging